Alles voor de beginnende astronoom

Naast de kwaliteit van de telescoop zijn er ook andere factoren die de observatie beïnvloeden. Hierbij kun je denken aan de weersomstandigheden of de lichtvervuiling. Informatie over dergelijke zaken kun je vinden op deze pagina. Op deze manier kom je niet voor ongewenste verrassingen te staan!

    De invloed van de maan

    Nadat de zon onder is gegaan, bepaalt de stand van de maan hoe helder de hemel is. Een volle maan kan zwakkere hemellichamen en deep sky-objecten overbelichten waardoor ze niet zichtbaar zijn. Planeten zijn nog wel zichtbaar bij een volle maan. De maan zelf kun je het beste observeren rondom haar eerste en derde kwartier. Om het felle licht van de maan te filteren, kun je een maanfilter gebruiken, hierdoor is het beeld niet te fel aan je ogen. Bovendien verhoogt een filter het contrast waardoor het beeld gedetailleerder wordt.

    Het observeren van de zon

    Voor het waarnemen van de zon en zonnevlekken gelden andere regels dan bij het observeren van andere hemellichamen. De zon observeer je niet 's nachts, maar overdag. Je kunt de zon het beste observeren als deze hoog aan de hemel staat. Als je een ondergaande zon wilt observeren, heb je last van de verstrooiing van het licht en zul je geen scherp beeld krijgen. Belangrijk is dat je nooit direct naar de zon kijkt met je telescoop. De zon observeer je door het beeld van de zon te projecteren op een wit papier of met een zonnefilter.

    De tijd van het jaar

    De tijd van het jaar is ook cruciaal voor jouw observaties. Op de breedte van Nederland is het in de maanden mei, juni en juli nauwelijks echt donker 's nachts. Gedurende deze tijd van het jaar is het observeren van deep sky-objecten niet mogelijk. Heldere hemellichamen, zoals de maan, platen en heldere nevels zijn in deze periode wel zichtbaar.

    Weersomstandigheden

    Het meest ideale weer voor een astronoom is een donkere en heldere hemel bij een koude nacht. Helaas komt zo'n perfecte nacht maar zelden voor in Nederland. Maar zelfs als de hemel gedeeltelijk bedekt is met een licht wolkendek, is het goed mogelijk om de meest heldere hemellichamen te observeren. Bepaalde hemelobjecten zoals de zon, de maan en dichtbijstaande planeten zijn helder genoeg en schijnen dus met gemak door lichte bewolking heen. De lichtzwakkere hemellichamen, de planeten die verder weg staan en deep sky-objecten zoals nevels en sterrenstelsels, zijn bij lichte bewolking echter moeilijker zichtbaar.

    Sterrenregen

    Een groep van een groot aantal vallende sterren noemen we een sterrenregen of meteorenzwerm. Sterrenregens komen voor in het begin van januari en medio augustus en november. Soms zijn vallende sterren zo helder, dat je ze met het blote oog kunt waarnemen. Een omgeving met veel lichtvervuiling is het echter niet altijd geschikt voor het ontdekken van een vallende ster of sterrenregen. Een telescoop stelt je wel in staat dit observeren. Als je een sterrenregen met je telescoop wilt waarnemen, moet je er rekening mee houden dat de sterren bewegen. Hiervoor is een telescoop met een volgsysteem vereist.

    Lichtvervuiling

    Het fenomeen lichtvervuiling komt helaas steeds meer voor in Nederland, voornamelijk in steden. Luchtvervuiling ontstaat door verlichting vanuit de omgeving waar jij als astronoom staat te observeren, hierbij kan gedacht worden aan straatlantaarns, lichtmasten etcetera. Deze verlichting overstraalt het licht dat van hemellichamen afkomstig is, hierdoor is een hemellichaam niet goed waarneembaar. Vooral hemellichamen die zwak licht uitstralen, zoals deep sky-objecten, zijn moeilijk zichtbaar en hebben het meeste last van lichtvervuiling. Voor de beste kwaliteit van jouw waarnemingen is dus aan te raden om te observeren vanuit een donkere omgeving ver buiten stedelijk gebied. Verder kun je de invloed van lichtvervuiling verminderen door speciale filters te gebruiken. Hierdoor worden de lichtgolven van de straatverlichting uitgesloten en het contrast van de objecten verhoogt.