Astrofotografie

Naast alleen waarnemen, kun je ook foto's nemen van alle waarnemingen die je met je telescoop doet. Je kunt dit doen door een CCD-camera te gebruiken. Een CCD-camera is speciaal gemaakt om op het oculair van de telescoop te passen. Astrofotografie is ook mogelijk met een spiegelreflexcamera of digitale camera, deze dien je nog wel eerst aan de telescoop te koppelen.

    T2-ring en camera-adapter

    Voor een spiegelreflexcamera of digitale camera is het nodig om een camera-adapter en een T2-ring aan te schaffen. Deze zorgen ervoor dat de camera en de telescoop elkaar niet beschadigen en dat jij de camera niet continu hoeft vast te houden. Hoe het werkt? In plaats van dat je een lens op de camera monteert, monteer je nu een T2-ring op je camera. Vervolgens kun je hierop een camera-adapter bevestigen. Dit geheel past vervolgens op de oculairhouder van de telescoop. De telescoop is nu als het ware de lens van de camera, dus nu kun je door de telescoop heen fotograferen!

    Let op! Vergeet niet dat een camera zelf ook een brandpuntsafstand heeft. Dit is bij de meeste spiegelreflexcamera's 23 millimeter. Dit heeft ook invloed op het uiteindelijke beeld, er wordt namelijk nog net iets meer ingezoomd op de waarneming.

    Gebruik je smartphone als camera

    Het is tegenwoordig zelfs mogelijk om met een smartphone je waarnemingen vast te leggen. Hier heb je dan uiteraard een smartphone-adapter voor nodig. Bij sommige telescopen wordt deze standaard meegeleverd, maar je kunt deze ook als accessoire in onze shop vinden.

    Filters

    CCD-camera's zijn veelal zwart-wit camera's. Wil je jouw foto's toch liever in kleur krijgen, dan kan dat met RGB-kleurenfilters. Voor astrofotografie kun je bovendien filters gebruiken om het contrast van een object in het beeld te verhogen, het resultaat hiervan is dat er meer details op je foto's verschijnen.

    Tips voor goede astrofoto's

    Om je op weg te helpen met astrofotografie, geven we je graag wat tips.

    • Fotografeer met een stevig statief. Hierdoor lukt het je zelfs om bij een stevige wind scherpe foto's te maken.
    • Gebruik een filter. In Nederland zijn tegenwoordig nauwelijks nog echt donkere locaties te vinden. Daarom zijn filters die lichtvervuiling oplossen zeer welkome accessoires om de kwaliteit van de astrofoto's te verbeteren.
    • Bewerk je astrofoto's met een digitaal beeldbewerkingsprogramma om deze te optimaliseren. Met bijvoorbeeld een kleine verhoging van het contrast of het onderdrukken van ruis in de foto, kun je jouw astrofoto's beter laten uitkomen.
    • Hanteer de 500-regel voor het berekenen van de belichtingstijd. Hoewel het uitproberen blijft, kan deze regel een lijdraad zijn voor het bepalen van de belichtingstijd bij astrofotografie van astrofoto's. Je wilt natuurlijk dat de sterren die je fotografeert niet als streepjes worden vastgelegd. Zogeheten sterrensporen ontstaan onder andere door een te lange belichtingstijd. De rekensom van de 500-regel is als volgt:

    500 / de brandpuntsafstand van de lens = de maximum belichtingstijd in seconden voordat sterren sterrensporen krijgen.